air
Wat is de betekenis van air?
air betekent: gezicht, houding, allure; arrogantie, kapsones
Betekenis
- gezicht, houding, allure; arrogantie, kapsones
- (muziek) een liedje
- [C] lucht
Voorbeelden van "air" in een zin
- De air die veel medici zich hadden aangemeten was hem vreemd. ‘Komt u even mee naar mijn kantoor, mevrouw Van der Schaaf? ’ was een uitnodiging waarin aankomende informatie doorklonk.
Betekenis en uitleg van air
Air verwijst naar de onzichtbare substantie die ons omringt en essentieel is voor het leven. Het is de lucht die we inademen, vol met zuurstof en andere gassen, en speelt een cruciale rol in ons dagelijks functioneren.
Je gebruikt het woord 'air' vaak in contexten die verband houden met ademhaling, het weer of zelfs de sfeer van een ruimte. Het kan ook figuurlijk worden gebruikt, zoals in 'de air van geheimzinnigheid', wat wijst op een bepaalde sfeer of stemming. In gesprekken over milieu en klimaatverandering komt het woord ook vaak voor, vooral als het gaat om luchtvervuiling en de kwaliteit van de lucht die we inademen.
Voorbeelden
- Tijdens onze wandeling door het park genoten we van de frisse air die ons verkwikte.
- De air in de kamer voelde zwaar aan, wat de spanning tussen de aanwezigen duidelijk maakte.
- Wetenschappers waarschuwen dat de air in sommige grote steden steeds vervuilder wordt door de toename van verkeer en industrie.
Woordoorsprong
Het woord 'air' komt van het Latijnse 'aer', dat ook lucht betekent. Dit laat zien hoe de betekenis door de eeuwen heen is behouden.
Veelgestelde vragen over air
Wat is de betekenis van air?
air betekent: gezicht, houding, allure; arrogantie, kapsones
Hoeveel betekenissen heeft air?
air heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je air in een zin?
Voorbeeld: “De air die veel medici zich hadden aangemeten was hem vreemd. ‘Komt u even mee naar mijn kantoor, mevrouw Van der Schaaf? ’ was een uitnodiging waarin aankomende informatie doorklonk.”
Etymologie
* [C] uit het Engels
Uitdrukkingen
- Zich airs geven — zich gemaakt aanstellen, zich laten dunken