alarmeren
/ɑlɑr'merən/
Betekenis
werkwoord
- (ov) door alarm oproepen of bijeenroepenDe politie alarmeerde de brandweer na het ongeluk.
- (ov) in opschudding brengenGealarmeerd door de Spaanse successen besloot koningin Elizabeth van Engeland tussen beide te komen in het conflict.'Het is niet de bedoeling hem te alarmeren.
Etymologie
*Van het Franse alarmer
Vertalingen
Engelsalarm
Fransalarmer
Duitsalarmieren
Spaansalertar, alarmar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek