alarm
Wat is de betekenis van alarm?
alarm betekent: een waarschuwing tegen gevaar
Betekenis
- een waarschuwing tegen gevaar
- (elektronica) alarminstallatie
- wekker
Voorbeelden van "alarm" in een zin
- Het alarm van de winkel ging af.
- Ze was niet eens tot de uitgang gekomen, waar ongetwijfeld het alarm zou zijn afgegaan.
- Zonder verder na te denken, grijp ik de afstandsbediening van het alarm van mijn nachtkastje en druk de rode knop in.
Betekenis en uitleg van alarm
Een alarm is een signaal dat je waarschuwt voor gevaar of dat er iets belangrijks is dat je moet weten. Het kan een luide piep of sirene zijn, maar ook een visueel signaal, zoals een knipperend licht.
Je gebruikt het woord 'alarm' vaak in situaties waarin je snel moet reageren, zoals bij brandalarmen of in veiligheidsmaatregelen. Het kan ook figuurlijk worden gebruikt, bijvoorbeeld als iemand zegt dat er 'alarm geslagen' moet worden voor een probleem. De nuance kan variëren van urgentie tot een meer algemene waarschuwing.
Voorbeelden
- Toen het brandalarm afging, wisten we dat we snel naar buiten moesten.
- Ze sloeg alarm toen ze merkte dat haar laptop was gestolen.
- De weermeldingen sloegen alarm voor zware stormen die onze regio zouden treffen.
Woordoorsprong
Het woord 'alarm' komt van het Italiaanse 'all'arma', wat 'op de wapens' betekent, wat verwijst naar de noodzaak om je voor te bereiden op gevaar.
Veelgestelde vragen over alarm
Wat is de betekenis van alarm?
alarm betekent: een waarschuwing tegen gevaar
Hoeveel betekenissen heeft alarm?
alarm heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft alarm?
alarm is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je alarm in een zin?
Voorbeeld: “Het alarm van de winkel ging af.”
Etymologie
* Via "alarme", te herleiden tot all'arma, "te wapen" (< Latijn "arma". In de betekenis van ‘noodsein, onrust’ voor het eerst aangetroffen in 1488
Uitdrukkingen
- loos alarm — vals alarm; een alarmering zonder dat er echt gevaar is