alarmlicht

onzijdig (het)/a'lɑrmlɪxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. signaallampen aan de achterzijde van een auto, waarmee men aangeeft dat er gevaar dreigt
    Dora blijft staan en zet haar alarmlichten aan om de shovel ruimte te geven om te manoeuvreren.