aller
/ˈɑlər/
Wat is de betekenis van aller?
aller betekent: van alle
Betekenis
voornaamwoord
- van alle
- bij een bijvoeglijk naamwoord in de overtreffende trap
- in hoogst mogelijke graad
- bij overdrijving gebruikt om een buitengewoon hoge graad van de stellende trap aan te geven
- (spreektaal) in hoogst mogelijke graad (door reduplicatie sterk benadrukte vorm van aller-, betekenis [1])
voornaamwoord
- (aan, voor, in of bij) alle (voor een woord met vrouwelijk genus)
Voorbeelden van "aller" in een zin
- In de tweede helft van de twaalfde eeuw kreeg, verspreid over heel Noord-Europa, het omvangrijkste project voor buitenlichtreclame aller tijden gestalte.
- Tot op heden is Beethoven nog steeds een van de meest beroemde en meest invloedrijke musici aller tijden.
- Loffeld, de aardigste aller trainers, die afscheid leemt van zijn lunchende spelers, terwijl voorzitter Aalbers gelaten toehoort.
- Maar tal van interessante persoonlijke krachtmetingen gaven de pas in de tweede helft boeiende botsing der giganten nog een extra dimensie. De alleraardigste was die tussen Marco van Basten uit Utrecht en Romario da Souza Faria uit Rio de Janeiro, de wellicht twee beste spitsen ter wereld.
- Jan 'Speedy' Lorré, handelaar in gebruikte wagens, koopt op zekere dag een alleraardigst autootje in voor weinig geld.
Etymologie
*[B] datief enkelvoud al, gevormd met de oude uitgang -er Categorie:Datief in het Nederlands
Uitdrukkingen
- u aller vriend. — de vriend van u allemaal
- ons aller — waarop we allemaal erg gesteld zijn
- Alle / aller ogen zijn gericht op Kwatta
Vertalingen
Engelsof all
Spaansde todos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek