alwetendheid

vrouwelijk (de)/ɑl'wetənthɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filosofie (filosofie) het alwetend zijn
    „Zij geeft zich graag een air van alwetendheid," was het commentaar van madame de Marsan.
    Ik heb niet zo'n vertrouwen in zijn alwetendheid.

Etymologie

*afgeleid van alwetend

Vertalingen

Spaansomnisciencia