alweter
mannelijk (de)/'ɑlwetər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die alles weet of denkt alles te wetenZijn stille, wellevende ik "met de ontwijkende ogen' wint echter ook nu toch weer van “allerlei andere types die ik zou hebben willen verwezenlijken: de onbezorgde atleet, de vrijmoedige minnaar, de sobere moralist, de gewichtsloze fantast, de raconteur, de straatvechter en de alweter - sommige voor een deel verwezenlijkt, andere in het stadium van verlokking gebleven.” NRC Margot Engelen 23 maart 1993 [https://www.nrc.nl/nieuws/1993/03/23/reizende-schrijfsters-bzzlletin-203-reizende-7177198-a1324060 Reizende schrijfsters Bzzlletin 203, Reizende ...]Of hij Sinterklaas dacht te zijn, zo zou Klein de eigenwijze alweter later in een partijdiscussie nog eens toevoegen. Een werkzame relatie zouden ze nooit opbouwen. Daarvoor was Klein zelf ook te eigenzinnig. NRC Kees van der Malen 29 oktober 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/10/29/ger-kleins-ego-document-7243859-a296092 Ger Kleins ego-document]“Strooi de bollen over de grond en plant ze waar ze neerkomen”, zeggen de boeken en de alweters van de televisie. NRC Sarah Hart 12 november 1994 [https://www.nrc.nl/nieuws/1994/11/12/de-bowlesvork-10444971-a284243 De Bowlesvork]
Etymologie
*Samenstellende afleiding van al en de stam van weten
Vertalingen
Engelswise guy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek