ambassadeur

mannelijk (de)/ɑmbɑsa'dør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek, beroep, diplomatie (politiek) (beroep), (diplomatie) iemand die door de ene staat is aangesteld om deze staat bij een andere staat te vertegenwoordigen.
    Turkije heeft zondag de ambassadeur van het Vaticaan op het matje geroepen nadat de paus zondag de Armeense volkerenmoord in 1915 tot "de eerste genocide van de twintigste eeuw" bestempelde. [http://www.nu.nl/buitenland/4029204/turkije-eist-uitleg-van-vaticaan-uitspraken-paus-armeense-genocide.html www.nu.nl]
    Hij is de Franse ambassadeur in Wellington op Nieuw-Zeeland, ga nu gauw opendoen.
  2. beroep (beroep) iemand die vaak namens een sector of belangenorganisatie die sector probeert te vertegenwoordigen
    Paul van Vliet is lange tijd ambassadeur van UNICEF geweest.
  3. supporter van iets of iemand
    Addie LaRue bedankt haar ambassadeurs! 'Ik kan me geen beter boek wensen om het jaar mee te beginnen.

Etymologie

*afgeleid van het Franse 'ambassadeur'

Vertalingen

Engelsambassador
Fransambassadeur
DuitsBotschafter, Botschafterin
Spaansembajador
Italiaansambasciatore
Poolsambasador