anima
vrouwelijk (de)/ˈanima/
Wat is de betekenis van anima?
anima betekent: levenskracht opgevat als spiritueel, bovennatuurlijk verschijnsel
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- levenskracht opgevat als spiritueel, bovennatuurlijk verschijnsel
- (psychologie) () in de jungiaanse psychologie de vrouwelijke zijde van de mannelijke psyche
Voorbeelden van "anima" in een zin
- Van zijn vlees is geen spiervezel overgebleven en nog ben ik niet bereid voor zoetekoek {{sic!|zoete koek
- Ik ben er namelijk niet zeker van dat het prominente motief van de vrouw louter verbonden is met de archetypische hunkering naar de ideale levenspartner, naar de anima.
Etymologie
*van Latijn "anima"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek