ankeroog

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gat in de schacht van een anker waar een ring door heen gaat
    ankeroog, z.n.o. – Oog van het anker; gat in de schacht, waar de ring door heen gaat. (1856)–Jacob van Lennep Zeemans-woordenboek [https://www.dbnl.org/tekst/lenn006zeem02_01/lenn006zeem02_01_0005.php Zeemans-woordenboek]