annexeren

/ˌɑnɛkˈsɪːrə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het toeëigenen van een grondgebied
    Oostenrijk werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door Duitsland geannexeerd.
    De Canadese vlaggen zijn niet aan te slepen – met dank aan Trump. Een golf van patriottisme overspoelt Canada, nu de president van Amerika zegt dat hij het land wil annexeren. [https://www.nrc.nl/nieuws/2025/04/24/de-canadese-vlaggen-zijn-niet-aan-te-slepen-met-dank-aan-trump-a4890909 www.nrc.nl (24 apr 2025)]
    Het annexeren van Californië was toen nog maar een kwestie van tijd.
  2. zich toe-eigenen
    Als klein meisje had Dora al geweten dat een ruimte-innemend proces niks te maken had met het annexeren van een kamer, maar een tumor is, en dat Jojo er zijn levenswerk van had gemaakt om dat soort ruimte- innemende processen uit de hoofden van mensen te snijden.

Etymologie

*afgeleid van het Franse annexer

Vertalingen

Engelsannex
Fransannexer à, annexer
Duitseinverleiben
Spaansanexionar, anexar