antichrist
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- personificatie van alles wat vijandig aan het christendom is
- (religie) naam voor het apocalyptische wezen (eigenlijk den duivel zelf) dat vóór het einde der tijden op aarde zal verschijnen vanwege de naderende terugkeer van Jezus Christus om zijn Duizendjarig vredesrijk op aarde te vestigen
Etymologie
*afgeleid van christ
Vertalingen
EngelsAntichrist
Fransantéchrist
DuitsAntichrist
Spaansanticristo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek