anticipeer
Wat is de betekenis van anticipeer?
anticipeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen
- gebiedende wijs van anticiperen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen
Voorbeelden van "anticipeer" in een zin
- Ik anticipeer.
- Anticipeer!
- Anticipeer je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek