anticipeer

Wat is de betekenis van anticipeer?

anticipeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen
  2. gebiedende wijs van anticiperen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen

Voorbeelden van "anticipeer" in een zin

  • Ik anticipeer.
  • Anticipeer!
  • Anticipeer je?

Veelgestelde vragen over anticipeer

Wat is de betekenis van anticipeer?

anticipeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen

Hoeveel betekenissen heeft anticipeer?

anticipeer heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je anticipeer in een zin?

Voorbeeld: “Ik anticipeer.