anticipeer
Wat is de betekenis van anticipeer?
anticipeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen
- gebiedende wijs van anticiperen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen
Voorbeelden van "anticipeer" in een zin
- Ik anticipeer.
- Anticipeer!
- Anticipeer je?
Veelgestelde vragen over anticipeer
Wat is de betekenis van anticipeer?
anticipeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen
Hoeveel betekenissen heeft anticipeer?
anticipeer heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je anticipeer in een zin?
Voorbeeld: “Ik anticipeer.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek