anticipeer

Wat is de betekenis van anticipeer?

anticipeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen
  2. gebiedende wijs van anticiperen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van anticiperen

Voorbeelden van "anticipeer" in een zin

  • Ik anticipeer.
  • Anticipeer!
  • Anticipeer je?