antilope
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑnti'lopə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) een verzamelnaam voor slanke holhoornige hoefdieren die voornamelijk in Afrika levenDe antilopen zetten het op een lopen toen zij de luipaard in de gaten kregen.En hij genoot van de bevrediging wanneer hij raak schoot, om de vijand spastisch spartelend te zien sterven, op de grond te zien vallen met wild trappende benen, wat alleen zenuwreflexen waren van iemand die al dood was, ongeveer zoals met een schot door de kop van een antilope.
Etymologie
* uit het Frans
Vertalingen
Engelsantelope
Fransantilope
DuitsAntilope
Spaansantílope
Italiaansantilope
Portugeesantílope
Russischантилопа
Chinees羚羊
Japans羚羊
Turksantilop
Poolsantylopa
Zweedsantilop
Deensantilope
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek