antiquair

mannelijk (de)/ɑnti'kɛːr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die handelt in oude waardevolle voorwerpen
    De antiquair maakte vervalsingen van oude meubelen.
  2. winkel waar men oude waardevolle voorwerpen verkoopt
    In grote delen van het centrum van Berlijn hadden de huurpanden winkels op de begane grond, dat kon van alles zijn, van levensmiddelen en kleine naaiateliers tot antiquairs, groentemannen en meubelverkopers, groot en klein door elkaar heen zonder enig systeem, behalve in grote winkelstraten zoals de Leipziger Strasse.

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Fransantiquaire
Spaansanticuario
Italiaansantiquario