antiquair
mannelijk (de)/ɑnti'kɛːr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die handelt in oude waardevolle voorwerpenDe antiquair maakte vervalsingen van oude meubelen.
- winkel waar men oude waardevolle voorwerpen verkooptIn grote delen van het centrum van Berlijn hadden de huurpanden winkels op de begane grond, dat kon van alles zijn, van levensmiddelen en kleine naaiateliers tot antiquairs, groentemannen en meubelverkopers, groot en klein door elkaar heen zonder enig systeem, behalve in grote winkelstraten zoals de Leipziger Strasse.
Etymologie
* uit het Frans
Vertalingen
Fransantiquaire
Spaansanticuario
Italiaansantiquario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek