antitrustwet

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɑntiˈtrystwɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetgeving die erop gericht is om oneerlijke concurrentie te voorkomen

Etymologie

*samenstellende afleiding van "trust" en "wet" als leenvertaling van "antitrust law"