apennoot

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈapəˌnot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort plant met ondergrondse peulvruchten, uit de vlinderbloemenfamilie
    Arachis hypogaea (apennoot) is pas in 1492 uit Amerika naar Europa overgebracht.
  2. voeding (voeding) onder het grondoppervlak groeiende peulvrucht van
    Een pinda is, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, geen noot maar een peulvrucht. Ze wordt ook wel aardnoot, grondnoot, olienoot of apennoot genoemd.

Etymologie

*, omdat apen zich graag laten verwennen met peulen die deze zaden bevatten; deze ondergrondse peulvruchten hebben een harde schil en worden als noten gepeld en gegeten

Vertalingen

Engelspeanut