pinda
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɪnda/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) , een tot de vlinderbloemenfamilie behorende plant
- (voeding) een peulvrucht van deze plantRond elf uur hield ik het niet meer en nam één hap van mijn Snicker. Ik kauwde zorgvuldig om optimaal te genieten van de nougat, pinda’s, karamel en melkchocolade.
- (scheldwoord) Chinees of iemand met Aziatisch uiterlijk
Etymologie
*Zie ook hieronder
Vertalingen
Engelspeanut, peanut
Fransarachide, cacahuète, cacahouète
DuitsErdnuss, Erdnuss
Spaansmaní, cacahuete
Italiaansarachide, arachide
Portugeesaráquide, amendoim, aráquide
Zweedsjordnöt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek