appelflap

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈapəlˌflɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) lekkernij gemaakt van bladerdeeg, driehoekig van vorm en gevuld met een mengsel van in blokjes gesneden appel en kaneel
    Een appelflap kan eventueel worden aangevuld met amandelspijs, krenten en/of rozijnen.
  2. voeding (voeding) lekkernij bestaande uit een schijf appel en gefrituurd deeg dat met oud en nieuw gegeten wordt
    Mijn moeder maakte met oud en nieuw altijd ronde appelflappen met de frituurpan.
  3. scheldwoord (scheldwoord) dom persoon
    Wat zijn jullie toch een rare appelflappen.

Etymologie

* , in de betekenis van ‘appelgebak’ voor het eerst aangetroffen in 1919

Vertalingen

Engelsapple turnover, apple turnover
Franschausson aux pommes, chausson aux pommes
DuitsApfeltasche, Apfeltasche