stommeling

mannelijk (de)/ˈstɔməˌlɪŋ/

Wat is de betekenis van stommeling?

stommeling betekent: (pejoratief) een dom persoon

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) een dom persoon
  2. pejoratief (pejoratief) iemand die domme dingen doet

Voorbeelden van "stommeling" in een zin

  • Laat je toch niet in met die stommelingen!

Betekenis en uitleg van stommeling

Een stommeling is iemand die vaak ondoordachte of domme dingen doet. Het woord wordt vaak gebruikt om op een luchtige manier te verwijzen naar iemand die niet altijd even slim handelt.

Je gebruikt het woord 'stommeling' meestal in informele gesprekken, vaak met een knipoog of een vleugje humor. Het kan een vriend zijn die iets geks doet, maar het kan ook een mildere manier zijn om iemand te wijzen op zijn of haar fouten zonder echt kwetsend te zijn. Het woord heeft een speelse nuance en is minder ernstig dan andere termen die domheid aanduiden.

Voorbeelden

  • Toen hij zijn telefoon in de koelkast liet liggen, kon ik hem alleen maar een stommeling noemen.
  • Ze vergat haar sleutels weer, wat me deed denken aan de stommeling die ze soms is.
  • Hij deed alsof hij de weg wist, maar dat maakte hem niet meer dan een stommeling in het verkeer.

Woordoorsprong

Het woord 'stommeling' komt van 'stom', wat dom of niet slim betekent, met een verkleinend achtervoegsel dat een zekere schattigheid of mildheid aan het woord toevoegt.

Veelgestelde vragen over stommeling

Wat is de betekenis van stommeling?

stommeling betekent: (pejoratief) een dom persoon

Hoeveel betekenissen heeft stommeling?

stommeling heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft stommeling?

stommeling is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van stommeling?

Synoniemen van stommeling zijn: domoor, stommerik, kluns, stommerd.

Hoe gebruik je stommeling in een zin?

Voorbeeld: “Laat je toch niet in met die stommelingen!

Etymologie

*Afgeleid van stom

Vertalingen

Engelsfool, boob, butterfingers
Fransimbécile, abruti, boulet
DuitsTrottel, Dödel, Tollpatsch
Spaanstonto, bobo, torpe