stommeling
mannelijk (de)/ˈstɔməˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) een dom persoon
- (pejoratief) iemand die domme dingen doetLaat je toch niet in met die stommelingen!
Etymologie
*Afgeleid van stom
Vertalingen
Engelsfool, boob, butterfingers
Fransimbécile, abruti, boulet
DuitsTrottel, Dödel, Tollpatsch
Spaanstonto, bobo, torpe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek