appeltaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈapəlˌtart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) gebak gevuld met stukjes vruchten van de appelboom
    Er was appeltaart en de kinderen droegen stukjes voor: er was een lunch en een passend cadeau.[https://www.gelderlander.nl/nijmegen-e-o/zilveren-poets-mary-in-de-bloemetjes~af4597fd/?referrer=https://www.google.com/ Zilveren poets Mary in de bloemetjes], De Gelderlander, 26 april 2018

Uitdrukkingen

  • zelfs in de lekkerste appeltaart zit wel een pitop alles valt wel iets aan te merken

Vertalingen

Engelsapple pie
Franstarte aux pommes
DuitsApfelkuchen
Spaanspastel de manzana
Chinees苹果派
Poolsjabłecznik
Zweedsäppelpaj