arbeidskamer

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑrbɛitsˌkamər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) ruimte in een ziekenhuis waar zwangere vrouwen tijdelijk verblijven tot de eigenlijke bevalling begint
  2. juridisch (juridisch) onderdeel van een rechtsprekend of bestuurlijk orgaan dat bindende beslissingen neemt bij geschillen tussen werknemers en werkgevers
    Het CNV vindt, dat er een meervoudige arbeidskamer moet komen die oordeelt over stakingszaken.
  3. bouwkunde (bouwkunde) vertrek in een woning dat bestemd is om te werken
    De eerbied voor de mens, die van de aanvang af aanwezig was, groeit tot begrijpend inzicht en ontzag, wanneer men zijn arbeidskamer binnentreedt. Wat in de werkkamer van Mevrouw Bosboom-Toussaint werd ontdekt, is in deze studie neergelegd.
    {{ouds
  4. techniek (techniek) onderdeel van een hydraulische koppeling
    Bij dit type koppeling wordt de arbeidskamer automatisch gevuld vanuit een grotere voorraadskamer met behulp van kleppen.