werkkamer

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kamer waar je (vooral aan een bureau) kunt werken
    De professor heeft een eigen werkkamer in het laboratorium waar hij zijn artikelen kan schrijven.
    De minister-president heeft een eigen werkkamer in het Torentje aan het Binnenhof in Den-Haag.
    De deur naar de werkkamer van Johannes staat open, en Nella ziet zijn kaarten en papieren nog verspreid over de vloer liggen.