arresteren

/ˌɑrɛsˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, juridisch (ov), (juridisch) van overheidswege in hechtenis nemen
    De verdachten werden gearresteerd en voor de rechter gesleept.
    Arresteer die man, riep de vrouw op jolige toon.

Etymologie

*afgeleid van het Franse arrêter () [https://fr.wiktionary.org/wiki/arrêter Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsarrest, apprehend
Fransarrêter
Duitsfestnehmen, verhaften
Spaansarrestar
Italiaansarrestare
Poolsaresztować