aspirant-koper

mannelijk (de)/ɑspiˈrɑntkopər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) iemand die het plan heeft iets aan te schaffen
    Het is onder makelaars een clichézinnetje: „Een logeerkamer? Dat zijn de duurste vierkante meters van het huis.” Menige aspirant-koper knikt dan blij: dat is waar! Zo’n kamer staat maar leeg, zonde eigenlijk.
    Voetbalbond KNVB wil de verkoop van een betaaldvoetbalclub in het uiterste geval kunnen tegenhouden. (…) De KNVB bereidt volgens de directeur nieuwe regelgeving voor om aspirant-kopers vooraf tegen het licht houden.

Etymologie

*, geschreven met een koppelteken volgens onder (1)