aspidistra
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɑspi'dɪstra/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) botanische naam van een geslacht van eenzaadlobbige planten: de naam wordt ook in het Nederlands gebruikt voor sierplanten in dit geslacht die als kamerplant gebruikt worden
Etymologie
* uit het Oudgrieks, ἀσπίς, aspis = 'schild' of ἀσπίδιον, aspidion = 'schildje'
Vertalingen
Engelsaspidistra
Spaansaspidistra
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek