assist

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beslissende voorzet bij een balsport, m.n. bij voetballen waardoor een andere speler kan scoren
    Westbrook kwam tegen de Nuggets tot 50 punten, 15 rebounds en 10 assists. Hij forceerde tevens de nipte zege van 106-105 met een driepunter in de laatste seconde. Vanaf ongeveer 11 meter wierp hij raak. „Ik oefen deze worp voor elke wedstrijd”, zei Westbrook na afloop. „Dat record is ongelooflijk, ik heb het niet eens durven dromen dat ik het in handen zou krijgen.”NRC 10 april 2017

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘beslissende voorzet bij balsport’ voor het eerst aangetroffen in 1984

Vertalingen

Engelsassist