associeer
Wat is de betekenis van associeer?
associeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van associëren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van associëren
- gebiedende wijs van associëren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van associëren
Voorbeelden van "associeer" in een zin
- Ik associeer.
- Associeer!
- Associeer je?
- ‘Ik heb er eigenlijk nooit bij stilgestaan dat een ziekenhuis een psychiatrische afdeling heeft. Dat associeer je eerder met een inrichting ergens in de bossen.
Veelgestelde vragen over associeer
Wat is de betekenis van associeer?
associeer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van associëren
Hoeveel betekenissen heeft associeer?
associeer heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je associeer in een zin?
Voorbeeld: “Ik associeer.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek