attribuut
onzijdig (het)/ɑtriˈbyt/
Wat is de betekenis van attribuut?
attribuut betekent: voorwerp, behorend bij iets anders
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voorwerp, behorend bij iets anders
- (taalkunde) bijvoeglijke bepaling, een woord of woordengroep die wat zegt over een zelfstandig naamwoord.
- rekwisiet
- (informatica) tot het wezen (de entiteit) behorende eigenschap
Voorbeelden van "attribuut" in een zin
- Wielerschoenen, een fietshelm en handschoentjes zijn belangrijke attributen voor het wielrennen.
- De heiligen die zijn afgebeeld in heiligebeelden zijn te herkennen aan hun attributen. Zo kun je Petrus herkennen aan de sleutels.
- Terwijl haar blik heen en weer schoot, bedekten de vingers van haar linkerhand het plastic bandje om haar pols. Het verplichte attribuut van Hotel Luxor was hier ongepast.
- De vet gedrukte woorden zijn een duidelijk en helder attribuut.
- De mimespeler had maar weinig attributen nodig.
Etymologie
*[4]: van "attribute"
Vertalingen
Engelsattribute
Fransattribut
Spaansatributo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek