audiokabel

mannelijk (de)/'ɔudijokabəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. elektrisch snoertje dat het geluidssignaal van het ene naar het andere apparaat vervoert.
    Het geluid van de computer ging via een audiokabel naar de versterker.
    Een audiokabel heeft vaak tulpstekkertjes

Etymologie

*afgeleid van kabel