auto-inbraak
mannelijk/vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van auto-inbraak?
auto-inbraak betekent: het zich, met geweld, onbevoegd toegang verschaffen tot een auto meestal met het doel om waardevolle zaken uit die auto te stelen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het zich, met geweld, onbevoegd toegang verschaffen tot een auto meestal met het doel om waardevolle zaken uit die auto te stelen
Voorbeelden van "auto-inbraak" in een zin
- Zoetermeer werd de afgelopen tijd geteisterd door autodiefstallen. Vanaf begin januari is ruim 340 keer aangifte gedaan van auto-inbraak. Slachtoffers zagen dat hun spullen werden aangeboden op internet door de Zoetermeerder.
- In Denemarken werd de man eind vorige maand opgepakt voor diefstal en auto-inbraak. Toen Deense agenten zijn naam door het systeem haalden, ontdekten ze dat hij in Nederland werd gezocht. De man zit in een Deense cel en wordt waarschijnlijk binnenkort uitgeleverd.
- Het draaiboek bevatte onder meer gedetailleerde informatie over de actie en de namen en telefoonnummers van betrokken agenten. Bij de auto-inbraak werden ook drie beveiligde politielaptops met vertrouwelijke informatie, een telefoon, legitimatiebewijzen en toegangspassen tot politiegebouwen gestolen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek