autonomist
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanhanger van een radicaal-links streven naar de opbouw van een alternatieve orde buiten de reguliere, kapitalistische orde om
- voorstander van zelfbeschikkingsrecht en autonomie van een bepaald landsdeel
Etymologie
*afleiding van autonomisme
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek