avondlicht

onzijdig (het)/'avɔntlɪxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het licht na 18.00 uur (van de zon, de maan of van kunstlicht)
    Een uurtje minder slaap in ruil voor meer avondlicht
    In het eerste avondlicht gaan we terug. Weer dat pak aan. Teletubbies in strijklicht. Aan de zuidzijde staan palen om de golven te breken. Het is afgaand tij. Griend kun je straks thuis bezoeken. Maar wat wij zien, krijg je dan niet mee. Zoals de Waddenzee, die in een lichte bries schittert in de avondzon.