avonturen

/ˌavɔnˈtyrə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. iets spannends doen waarvan het resultaat nog niet helemaal vaststaat aan het begin van de handeling
    De afgelopen dagen trekken als een film voorbij aan mijn gedachten. Eerst nog vrolijk over alles wat we aan avonturen hebben beleefd, de gesprekken die we hebben gevoerd.

Etymologie

*: "avontuur" met de uitgang -en