babbelen

/ˈbɑbələ(n)/

Wat is de betekenis van babbelen?

babbelen betekent: (inerg) gezellig praten over zaken van weinig belang

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) gezellig praten over zaken van weinig belang

Voorbeelden van "babbelen" in een zin

  • Vrolijk babbelend liepen zij te winkelen.
  • Even kwiek als voor de lunch liepen ze voor hem uit en babbelden erop los.
  • Ik wilde eroverheen babbelen, maar ik kreeg het niet voor elkaar. Misschien kwam het doordat Vincenzo er niet was. Hij moest voor een verjaardag van een familielid terug naar Prizzi. Vincenzo met zijn quasidiepzinnige oneliners.

Etymologie

*(freqtt) het verouderde "babben" "kinderlijk praten" ; in de betekenis van ‘praten’ voor het eerst aangetroffen in 1784

Vertalingen

Engelschat
Fransbavarder, causer, papoter
Duitsplappern, plaudern, schwatzen
Spaanscharlar
Poolsgadać
Deenshyggesnakke, sludre, småsnakke