kletsen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (ditr) iemand een klets geven, iemand slaanZe kletste hem een plas ijskoud water in het gezicht.
- (inerg) op een informele manier pratenHij kwam bij me zitten op het terras, en we kletsten wat.Iedereen vierde het feit dat de woestijn eindelijk achter de rug was door dagenlang bij te kletsen en te drinken.
- (inerg) onzin vertellenJe kletst maar wat!
Etymologie
* In de betekenis van ‘geluid maken’ voor het eerst aangetroffen in 1635
Uitdrukkingen
- ze kletsen wat af
Vertalingen
Engelschat, chatter, babble
Fransbavarder
Duitsplaudern, plauschen, schwatzen
Spaanscharlar, charlatanear, comadrear
Italiaanschiacchierare
Portugeesgrulhar, palrar, parolar
Russischболтать
Poolsgawędzić
Zweedsprata, snacka
Deenshyggesnakke, sludre, småsnakke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek