babok

mannelijk (de)/baˈbɔk/

Wat is de betekenis van babok?

babok betekent: (verouderd) (scheldwoord) iemand die zich dom of bot gedraagt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd, scheldwoord (verouderd) (scheldwoord) iemand die zich dom of bot gedraagt

Voorbeelden van "babok" in een zin

  • Ook in de twistzaak van Maccovius, die mede op de Synode behandeld werd, ging Gomarus de grenzen der gematigdheid te buiten. Dat hij Maccovius inderdaad voor ‘plomperd, staak, babok, ezel’ uitgescholden heeft, is niet zonder voorbehoud aan te nemen, daar dit slechts door twee Remonstranten, Dwinglo en Wtenbogaert, wordt medegedeeld, zonder dat zij de bron vermelden; maar Maccovius zelf deinsde ook niet voor scherpe woorden terug.

Etymologie

*mogelijk van "baboca" "sukkel"