bad

onzijdig (het)/bɑt/

Wat is de betekenis van bad?

bad betekent: (sanitair), (techniek) voorwerp waarin men zich wast met water, meestal in de vorm van een vat [1] of kuip en gemaakt van hout of een harder materiaal, zoals steen of ijzer

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sanitair, techniek (sanitair), (techniek) voorwerp waarin men zich wast met water, meestal in de vorm van een vat [1] of kuip en gemaakt van hout of een harder materiaal, zoals steen of ijzer
  2. sanitair (sanitair) een bad [1] nemen het zich "baden"
  3. natuurkunde (natuurkunde) hoeveelheid water of ander medium waarin iets of iemand ondergedompeld kan worden

Voorbeelden van "bad" in een zin

  • Wij hebben thuis een heerlijk ligbad waarin je lekker kunt relaxen na een dag hard werken.
  • 'Ik heb het bad voor u laten vollopen,' zei ze, haar ogen afwendend voor Olives naaktheid.
  • Per ongeluk had ik het bad laten overlopen toen ik even weg was gedommeld op het kingsize motelbed.
  • Ben je al klaar met je bad?
  • Het metaal werd gereinigd in een zuurbad.

Betekenis en uitleg van bad

Het woord 'bad' verwijst meestal naar een grote container die gevuld is met water, waarin mensen kunnen liggen om te ontspannen of zich te reinigen. Het kan ook verwijzen naar de handeling van jezelf reinigen in zo'n container of de ruimte waar deze zich bevindt, zoals een badkamer.

Je gebruikt het woord 'bad' vaak in de context van persoonlijke hygiëne of ontspanning. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld wanneer iemand zegt dat ze 'in de problemen zitten', wat soms wordt aangeduid als 'in de bad zitten'. Daarnaast komt het voor in samenstellingen zoals 'badkamer' of 'badkuip', die de ruimte of het voorwerp verder specificeren.

Voorbeelden

  • Na een lange dag werken, vond ik het heerlijk om in een warm bad te ontspannen.
  • Haar bad was gevuld met geurige oliën en kaarslicht, waardoor het een echte spa-ervaring werd.
  • Tijdens de verbouwing van ons huis realiseerden we ons dat we een nieuwe badkamer met een ligbad wilden.

Woordoorsprong

Het woord 'bad' heeft zijn oorsprong in het Germaanse 'badwō', wat verwijst naar het wassen of reinigen, en is verwant aan andere woorden die met hygiëne te maken hebben.

Veelgestelde vragen over bad

Wat is de betekenis van bad?

bad betekent: (sanitair), (techniek) voorwerp waarin men zich wast met water, meestal in de vorm van een vat [1] of kuip en gemaakt van hout of een harder materiaal, zoals steen of ijzer

Hoeveel betekenissen heeft bad?

bad heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft bad?

bad is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je bad in een zin?

Voorbeeld: “Wij hebben thuis een heerlijk ligbad waarin je lekker kunt relaxen na een dag hard werken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘kuip, water waarin men zich baadt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelsbathtub, bath tub, tub
Fransbain
DuitsBadewanne, Tauchbad
Spaansbañera
Italiaansbagno
Poolskapiel
Zweedsbadkar
Deensbadekar