badstof

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɑtstɔf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruwe stof om je af te drogen na het baden, een katoenen weefsel, waarbij kettingdraden tot lussen zijn gevormd
    De handdoek is gemaakt van badstof
  2. gemaakt van badstof
    De badstof handdoek droogde goed af.