badstrand

onzijdig (het)/'bɑtstrɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. strook zand aan de rand van een meer dat men voor recreatieve doeleinden kan gebruiken
    Als op een badstrand of op een balkon, met haar arm ontbloot, het operatielicht het laatste wat ze zag voordat ze wegdoezelde in de narcose.
    Strandgangers van het Badstrand in Vlissingen werden zondagmiddag verrast door een enorme vloedgolf. Een meisje van 10 jaar werd bedolven onder het water.