badslipper

mannelijk (de)/'bɑtslɪpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. watervast, licht schoeisel zonder hiel meestal gemaakt van plastic die geschikt is om over een nat oppervlak te lopen
    Even geleden was het slechts een modemusthave voor een klein groepje: de ouderwetse campingslipper. Het liefst met Gucci-sportsok en hoge broek. Maar inmiddels zijn de good-old badslippers helemaal doorgedrongen in het straatbeeld en op de schoolpleinen. ,,De slipper met sportsok is gemeengoed aan het worden."
    Naast je grillburger een heuse badslipper uit de automatiek trekken blijft voorlopig nog een ijle droom. Maar dat de eerste echte Febo-kledinglijn eraan komt, is een feit.