baldadigheid
vrouwelijk (de)/bɑl'dadəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het baldadig zijnWat een baldadigheid, zeg!
- een overmoedige daadBega geen baldadigheden, ok?
Etymologie
*Afgeleid van baldadig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*Afgeleid van baldadig