ballon

mannelijk (de)/bɑˈlɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een feestartikel bestaande uit een dun rubberen zakje dat met gas of lucht kan worden gevuld
    De clown kon met ballonnen de mooiste dingen maken.
    In de auto lagen flessen met lachgas, en naast de bestuurdersstoel vond de politie een ballon die net was gebruikt.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met gas gevulde zak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1636

Uitdrukkingen

  • opzwellen als een ballon

Vertalingen

Engelsballoon
Fransballon
DuitsBallon, Luftballon
Spaansglobo
Poolsbalon