balloteren
/bɑlɔ'terə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of verenigingZe balloteerden over de toelating van meneer Jansen.Meneer Jansen werd geballoteerd tot nieuw lid op voordracht van meneer Pietersen.
- (inerg) het heen en weer bewegen van een voorwerp in een vloeistofHet balletje balloteerde in het water.
- (inerg) (België) herstemmenNadat ze voor de tweede keer geballoteerd hadden, werd hij toch toegelaten tot de vereniging.
Etymologie
*afgeleid van het Franse ballotter () [https://fr.wiktionary.org/wiki/ballotter Wiktionnaire]
Vertalingen
Fransballoter
Spaansbalotar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek