balloteren

/bɑlɔ'terə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging
    Ze balloteerden over de toelating van meneer Jansen.
    Meneer Jansen werd geballoteerd tot nieuw lid op voordracht van meneer Pietersen.
  2. inerg (inerg) het heen en weer bewegen van een voorwerp in een vloeistof
    Het balletje balloteerde in het water.
  3. inerg (inerg) (België) herstemmen
    Nadat ze voor de tweede keer geballoteerd hadden, werd hij toch toegelaten tot de vereniging.

Etymologie

*afgeleid van het Franse ballotter () [https://fr.wiktionary.org/wiki/ballotter Wiktionnaire]

Vertalingen

Fransballoter
Spaansbalotar