balsem

mannelijk (de)/ˈbɑlsəm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verzamelnaam voor dun- en dikvloeibare plantaardige producten met doorgaans een sterke karakteristieke geur, die harsen en etherische oliën, veelal van de balsemboom bevatten

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zalf’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsbalm, balsam
Fransbaume
Spaansbálsamo