bamboebos
onzijdig (het)/'bɑmbubɔs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (ecologie) dichte begroeiing van bamboeGeluk en doorzettingsvermogen, dat heeft de 7-jarige Yamato Tanooko volgens de Japanse media volop. Nadat het jongetje met stenen had gegooid tijdens een familieuitje, besloten zijn ouders hem een lesje te leren en zetten ze hem uit de auto in de omgeving van een bamboebos. Tubantia 10-01-17 [https://www.tubantia.nl/bizar/bosjongetje-yamoto-is-de-kleine-held-van-japan~a96b22a7/ Bosjongetje Yamoto is de kleine held van Japan]Naast de tuinen is een soort oase gecreëerd van ongeveer 100 hectare. Hier is de natuur niet ontworpen, maar vrijgelaten. Ruim 150 vogelsoorten hebben er hun huis, andere overwinteren er, waaronder de slechtvalk, de kerkuil en de blauwe reiger. Er staat een prachtig bamboebos (Phyllostachys mitis). Overal is er water: stroompjes, een kleine rivier en een (kunstmatig) meer. Reformatorisch Dagblad 07-03-2017 [https://www.rd.nl/een-koraalboom-in-de-kerk-typisch-ninfa-1.1379803 Een koraalboom in de kerk. Typisch Ninfa]‘We trokken rond in een bamboebos en zagen plots een soort die er eigenlijk niet thuishoorde. In een flits was het beestje ook weer weg, dus hebben we postgevat aan de bamboe en uren naar de bladeren gestaard in de hoop dat hij zou terugkomen.' De Standaard 29 APRIL 2010 Renilde Bleys, [http://www.standaard.be/cnt/hq2phoao Ontdek eens een gekko]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek