bandoneon
mannelijk (de)/bɑnˈdoneɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een wisseltonig instrument met doorslaande tongen en een blaasbalgDe bandoneon werd in Duitsland uitgevonden, maar is nu vooral in Zuid-Amerika populair. (tangomuziek)
Etymologie
*(eponiem): van "Bandoneon", genoemd naar de 19e-eeuwse Duitse harmonicaverkoper , die het instrument omstreeks 1840 uitvond, in de betekenis van ‘toetsinstrument’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Vertalingen
Duitsbandoneon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek