Barbier

mannelijk (de)/bɑrˈbir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) een herenkapper die ook baarden bijwerkt
    hij werd barbier en vestigde zich in Sevilla
    tot de bevoegdheid van de barbier behoorden zowel medische taken (aderlaten, opereren) als het baardscheren!!!

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kapper’ voor het eerst aangetroffen in 1343

Vertalingen

Engelsbarber
Fransbarbier
DuitsBarbier
Spaansbarbero