beangst
/bəˈɑŋst/
Betekenis
werkwoord
- benauwd door iets engsOudere jongens deden hem dan wel eens verhalen van spoken in de mijn, en als ze dan heengegaan waren, gebeurde het dat hij beangst werd en huilde.
Vertalingen
Engelsafraid
Spaansmedroso, miedoso, temeroso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek