beangst

/bəˈɑŋst/

Betekenis

werkwoord
  1. benauwd door iets engs
    Oudere jongens deden hem dan wel eens verhalen van spoken in de mijn, en als ze dan heengegaan waren, gebeurde het dat hij beangst werd en huilde.

Vertalingen

Engelsafraid
Spaansmedroso, miedoso, temeroso