beducht

/bədɵxt/

Wat is de betekenis van beducht?

beducht betekent: ~ voor: zich bewust van of bevreesd voor gevaar, dreigend onheil enz.

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. ~ voor: zich bewust van of bevreesd voor gevaar, dreigend onheil enz.
werkwoord
  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van beduchten
  2. gebiedende wijs van beduchten
  3. werkwoordsvorm in het nederlands, wikiwoordenboek:test/tpsdeelwoord voltooid deelwoord van beduchten

Voorbeelden van "beducht" in een zin

  • De voor uitglijden beduchte oude man schuifelde voorzichtig over het ijs.
  • De student durfde het werkstuk niet in te leveren, omdat ze beducht was voor een onvoldoende.

Etymologie

In de betekenis van ‘bevreesd’ voor het eerst aangetroffen in 1539

Vertalingen

Engelsapprehensive