beducht
/bədɵxt/
Wat is de betekenis van beducht?
beducht betekent: ~ voor: zich bewust van of bevreesd voor gevaar, dreigend onheil enz.
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- ~ voor: zich bewust van of bevreesd voor gevaar, dreigend onheil enz.
werkwoord
- enkelvoud tegenwoordige tijd van beduchten
- gebiedende wijs van beduchten
- voltooid deelwoord van beduchten
Voorbeelden van "beducht" in een zin
- De voor uitglijden beduchte oude man schuifelde voorzichtig over het ijs.
- De student durfde het werkstuk niet in te leveren, omdat ze beducht was voor een onvoldoende.
Etymologie
In de betekenis van ‘bevreesd’ voor het eerst aangetroffen in 1539
Vertalingen
Engelsapprehensive
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek